Historiek van Het Brughuis

Het Brughuis faviconEen bruine kroeg met een rijke geschiedenis

Sinds minstens 1350 lag er over de Dijle, op min of meer dezelfde plaats als vandaag de dag, een houten brug die Muizen verbond met de Kempen. Op de oudste gedetailleerde kaart van de site, uit de 18de eeuw, staat naast die brug de voorloper van het huidige Brughuis: een lage stenen hoeve met strodak.

De eerste gekende eigenaars van het Brughuis waren de drie gezusters Catharina, Petronella en Maria Van der Auwera, telgen van een oude, welgestelde Muizense familie. Zij verkochten het pand in 1815 aan landbouwer Willem Moeremans en zijn echtgenote Maria De Wolf. Bijzonder is dat Moeremans niet alleen het Brughuis kocht maar ook de brug zelf: ‘brugge gemaeckt op paelen, gedeeltelijk van eijken hout en ten deele in without; zij is lang vijf en twintig ellen salvo justo, breed omtrent vier ellen, met leuningen, handboom, koorden en alles dat er aen toebehoort, mitsgaeders oock de voordeelen die er aen verbonden zijn’! Minstens sinds 1815 was de brug over de Dijle dus het privé-eigendom van de eigenaar van het Brughuis. De eigenaar stond niet alleen in voor het onderhoud en de herstellingen, maar mocht ook tol heffen.

In 1825 verkocht Willem het Brughuis én de brug aan Blaasveltenaar Jozef De Maerschalck voor de som van 2142 gulden en 85 cent. Gerard, de enige overlevende van 7 kinderen, was zijn enige erfgenaam en nam in 1855, op 32-jarige leeftijd, het Brughuis én de brug van zijn vader over.

‘Gerard van de brug’ had geen zittend gat. Hij werd eerste schepen en vervolgens burgemeester van Muysen (een functie die hij slechts kortstondig uitoefende omdat hij tijdens de legislatuur in zijn café overleed). In 1876 stichtte hij bovendien de ‘fanfare maatschappij Sint-Lambertus’ die kwam repeteren in zijn herberg en er ook haar eerste teerfeesten hield. Gerard zou er in hoogsteigen persoon ook voor zorgen dat de houten ophaalbrug, die in de winter van 1891 zwaar beschadigd werd door drijvende ijsschotsen, 2 jaar later werd vervangen door een metalen ophaalbrug. De constructie van die brug werd gefinancierd door de provincie en de gemeente waaruit we mogen opmaken dat ze vanaf dan niet langer toebehoorde aan de eigenaar van het Brughuis.

Het Brughuis was een uitermate populair café. Niet alleen de muzikanten maar ook de dorpsnotabelen zaten er zo vaak dat ze er hun eigen bierkruik met tinnen deksel op ‘t schap hadden staan. Ook de vers gevangen paling uit de Dijle die er geserveerd werd, had er misschien iets mee te maken.

Na de dood van ‘Gerard van de brug’, kwam het Brughuis in handen van Pieter-Jan Van den Broeck. ‘Pier van de brug’ was een gewiekst zakenman. Hij hield niet alleen café, maar verkocht in het Brughuis ook zaden en plantaardappelen aan boeren. Die bezegelden hun aankoop vervolgens met een frisse pint en zo sloeg Pier 2 vliegen in 1 klap. Ook het bruggeld werd aanvankelijk nog door Pier geïnd. De taak van brugophaler werd door de gemeente immers uitbesteed aan de hoogst biedende. Pier dus, al zou de taak later ook uitgevoerd worden door de waard van ‘In de Scheepvaart’, het café aan de overkant (heden ‘De Ridder van Musena’).

De charmante afspanning zoals we ze kennen vanop enkele oude foto’s en postkaarten had z’n beste tijd ondertussen wel gehad. Bovendien stroomde het water bij elke overstroming – en dat waren er voor de dijken kwamen wel wat – telkens weer door de gelagzaal. Dus nam Pier een drastische beslissing. Enkele jaren voor Wereldoorlog I liet hij het oude Brughuis slopen en verving het door het huidige pand. De kleine arbeidershuisjes die hij achter het café liet bouwen, verhuurde hij. Nog tot zijn 73ste zou Pier van zijn nieuwe café genieten. Zijn enige zoon Frans nam in 1931 de plaats van zijn overleden vader achter de tapkast in.

Het Brughuis bleef nog tot de jaren 80 in het bezit van de familie Van den Broeck. Al hield Frans het zelf al eind jaren 50 voor bekeken. Hij verhuurde het pand aan brouwerij Chevalier Marin en werd aldus afgelost door verschillende geranten die het Brughuis met wisselend succes uitbaatten.

Begin jaren 80 werd het Brughuis uiteindelijk verkocht aan Jaak van Pijlen en Ana Bérislaviç, een ‘Hollander’ en , toen nog, Joegoeslavische. Terwijl Jaak doorgaans voor de vrolijke noot zorgde, hield Ana haar klanten in het gareel. Jaak introduceerde het Brughuysbier met bijhorend glas met fietsbel, reserveerde een ereplaats naast de deur voor ‘den dijkgraaf’ en zette zijn vrouw aan om ‘waterkornijngoulash’ te serveren (een stoofpot van muskusrat). Maar veel of weinig volk, goed weer of slecht weer, om 23.00 uur ruimde Ana haar terras op.

In 1997 verkaste het koppel naar Ana’s geboorteplaats Zagreb. Willy Van Itterbeeck en Annemie Moons werden de nieuwe eigenaars. In de praktijk was het Annemie, die overdag in de stadsbibliotheek werkte, die het café uitbaatte en er haar beroemde spaghetti introduceerde. Met in de achtertuin natuurdomein Het Mechels Broeck werd het Brughuis een populaire ontmoetingsplaats voor wandelaars, fietsers en lokale buurtbewoners. Een markant moment in de geschiedenis van het Brughuis was 8 oktober 2006, toen het Brughuis dienst deed als kieslokaal voor de gemeenteraadsverkiezingen, omdat de gemeenteschool van Muizen moeilijk bereikbaar was omwille van werken aan de Dijlebrug. Veel kiezers bleven die dag na het stemmen plakken op het zonnige terras. Twintig jaar en duizenden spaghetti’s later ging Annemie op pensioen, en werd het Brughuis op 31 december 2017 gesloten.

Sinds 1 mei 2019 is het Brughuis opnieuw open. Frank Vlayen, Piet De Smet en Rob De Koninck, jarenlange trouwe klanten van het Brughuis, zijn de nieuwe eigenaars. Ze zetten de traditie van het Brughuis als gezellige bruine kroeg met zijn houten banken, kolenkachel, speciaalbier en spaghetti verder, met Robin Cauwenberghs en William Van Dessel als enthousiaste uitbaters. In tegenstelling tot andere roemruchte Muizense cafés, komt er aan het eeuwenoude verhaal van ‘Afspanning Brughuis’ dus geen einde. En dat is maar goed ook!

Tekst: Steven Andries, namens ‘Lemmen Dol’